Tik om en om ← en →, of de knoppen. Twee keer dezelfde kant laat je struikelen. Een vast ritme geeft de meeste snelheid.
Spring met spatie of ↑. Voor een breed wak heb je vaart nodig. In een wak vallen kost tijd.
Elke stad geeft extra tijd. Haal je Leeuwarden weer, dan krijg je het kruisje en 5 stroopwafels. Daarna begint een nieuwe, zwaardere ronde.