Druk ergens op de baan en trek naar achteren, net als bij een katapult. Hoe verder je trekt, hoe harder je slaat: de streepjes lopen van 1 (zacht) tot 10 (hard). Laat los om te slaan.
Wacht bij de molen tot het lampje groen is en de deur open staat. Pas op voor het water en de ophaalbrug. In het water kost een strafslag, en je bal gaat terug naar waar hij lag. Zand remt af, de dijk laat je bal naar beneden rollen.
Elke hole heeft een par: zoveel slagen zou je nodig moeten hebben. In één keer raak geeft 3 stroopwafels, onder par 2, op par 1.
Maak je laatste slag ongedaan, alsof hij niet gebeurd is.
Een hele hole lang zie je een langere richtlijn met de eerste stuit erin.
Gekochte spullen blijven bewaard tot je ze gebruikt.